Diepte artikel – Waarom grensoverschrijdend gedrag in de zorg blijft bestaan

Je loopt achter de arts-assistent aan richting de volgende patiëntenkamer. Het is pas je tweede week van het coschap en je probeert vooral niet in de weg te lopen. Terwijl jullie de gang doorlopen, maakt een specialist een opmerking over je uiterlijk waar de rest hard om lacht. Jij lacht ongemakkelijk mee. Even later vraagt een patiënt of je “wel oud genoeg bent om hier te werken”. Op de terugweg naar de artsenkamer zegt een collega dat je “niet zo gevoelig moet zijn, dit hoort er nu eenmaal bij”.

Die avond denk je er opnieuw aan terug. Was dit grensoverschrijdend? Moet je hier iets mee? En zo ja: bij wie meld je het eigenlijk? Je besluit het toch maar te laten gaan. Je wilt niet bekendstaan als lastig, zeker niet nu je nog beoordelingen moet krijgen.

Wat valt op aan dit scenario? Misschien vooral hoe herkenbaar het voor veel geneeskundestudenten is. Uit de enquêteresultaten van De Geneeskundestudent (DG) blijkt dat één op de negen geneeskundestudenten in 2025 te maken kreeg met een vorm van grensoverschrijdend gedrag.

Toch meldt slechts een minderheid van de studenten deze ervaringen bij een begeleider of vertrouwenspersoon. Waarom blijft grensoverschrijdend gedrag zo hardnekkig aanwezig binnen de zorg? En waarom is melden nog altijd zo moeilijk? Daarover gingen wij in gesprek met Geneviève Koolhaas-Martis, huisarts, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA) en betrokken bij de kerngroep seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg van regeringscommissaris Hamer.

Lees het artikel hier.

Laatste nieuws

Aankomende evenementen

Actieve projecten