De projectgroep Extramurale Capaciteit zet zich in om artsenberoepen buiten het ziekenhuis sterker onder de aandacht te brengen binnen de geneeskundeopleiding, zowel in de bachelorfase als tijdens de coschappen.
Binnen de huidige geneeskundeopleiding ligt de focus op de ziekenhuisspecialismen. Het medisch onderwijs is voornamelijk gericht op de klinische setting en studenten lopen verplicht het grootste gedeelte van hun coschappen in een (academisch) ziekenhuis. Momenteel zijn echter de tekorten binnen de extramurale zorg groot en deze zullen met de toegenomen zorgbehoefte en het veranderende zorglandschap alleen maar toenemen.
Ondanks de groeiende aandacht voor dit structurele probleem, blijft er een discrepantie bestaan tussen het aantal artsen dat nodig is buiten het ziekenhuis en het aantal jonge artsen dat daadwerkelijk voor een extramurale loopbaan kiest. Veel opleidingsplekken voor artsenberoepen buiten het ziekenhuis blijven daardoor onvervuld. Zo geeft 73% van de basisartsen aan bij voorkeur in opleiding te willen komen tot medisch specialist in het ziekenhuis, terwijl slechts 43% van de artsen daar nodig is.
Beperkte kennis in de bachelorfase
Slechts 32% van de bachelorstudenten heeft een goed beeld van ouderengeneeskunde en 13% geeft aan van géén enkel extramuraal specialisme een goed beeld te hebben.
Extramurale coschappen voor bijna iedereen, maar kort
91% van de zesdejaars geneeskundestudenten heeft een extramuraal coschap gevolgd, al zijn deze coschappen vaak korter dan de intramurale coschappen en niet op alle faculteiten verplicht.
Extramurale coschappen worden positief gewaardeerd
Studenten geven extramurale coschappen gemiddeld een 7,5. 70% is positief over de invulling van het coschap.
Ondervertegenwoordiging van extramurale coschappen in de opleiding
Studenten komen structureel vaker in aanraking met intramurale specialismen (circa 30, waarvan bij minimaal de helft coschappen worden gelopen) dan met extramurale specialismen (14, meestal slechts één verplicht).